De verwachting is dat de groei in de werkgelegenheid in Groningen volgend jaar in een lagere versnelling komt. Dit jaar verwacht het UWV nog wel een groei. Dit blijkt uit de UWV Arbeidsmarktprognose 2023 – 2024.
Het gevolg van de lagere versnelling is het gevolg van een lagere economische groei en aanhoudende personeelstekorten. Hoewel de meeste sectoren nog een groeiende werkgelegenheid laten zien, krijgen industrie, financiële diensten en bouw te maken met banenkrimp. In veel andere sectoren neemt het groeitempo af.
Toename werknemersbanen vooral in 2023
De werkgelegenheid ontwikkelde zich in de afgelopen jaren behoorlijk positief. Zo groeide het aantal werknemersbanen in de arbeidsmarktregio Groningen sinds 2020 met 21.500. De economie bleek weerbaar en herstelde snel van de twee crises die elkaar in korte tijd opvolgden (corona en energiecrisis). Dit neemt niet weg dat de verwachtingen voor de komende jaren onder invloed van de aanhoudende hoge inflatie, arbeidsmarktkrapte, onzekerheden op de internationale markten en afkoeling van de woningmarkt minder positief zijn.
"In de jaren 2023 en 2024 neemt het aantal banen van werknemers in Groningen toe met 5.500 (1,6%) en komt uit op 357.600", aldus uitkeringsinstantie UWV. Deze groei wordt echter voor een belangrijk deel dit jaar gerealiseerd.
Personeelstekorten belemmeren banengroei
Vanaf volgend jaar neemt het groeitempo van de werkgelegenheid beduidend af, hoewel de productie van veel bedrijven redelijk op peil blijft. Personeelstekorten spelen hierbij een belangrijke rol. De mensen die beschikbaar zijn op de arbeidsmarkt worden bijna allemaal volledig ingezet. Dit zorgt ervoor dat er op de arbeidsmarkt bijna geen ruimte meer is voor verdere groei. De druk van aanhoudende personeelstekorten stimuleert bedrijven om vol in te zetten op automatisering, robotisering en andere manieren om de arbeidsproductiviteit te laten toenemen.
“Het aantal banen blijft achter bij de groei van de productie. De arbeidsmarkt staat onder druk door een lagere economische groei, onzekerheid en een aanhoudend tekort aan personeel, materiaal en ruimte. Dit drukt de werkgelegenheid omdat bedrijven genoodzaakt zijn om andere oplossingen te vinden om de productie te laten groeien. Je kunt het natuurlijk zoeken in automatisering, maar er zijn ook alternatieven, zoals het breder zoeken naar kandidaten, bijvoorbeeld door open hiring. Ook het stimuleren van de inzet van 55-plussers, deeltijdwerkers, arbeidsmigranten en ontmoedigden kan bijdragen aan het verminderen van de krapte.”
Banengroei in meeste sectoren
Volgens de UWV Arbeidsmarktprognose neemt in 2023 en 2024 in de meeste sectoren de werkgelegenheid toe. In de arbeidsmarktregio Groningen groeit het aantal banen van werknemers vooral dit jaar, in sectoren als horeca, (specialistische) zakelijke diensten en onderwijs. In 2024 valt in vrijwel alle sectoren het groeitempo van de werkgelegenheid terug. Zo staan in de horeca kostenstijging, koopkrachtverlies en het grote personeelstekort een sterkere groei in de weg.
Opvallend is de beperkte banengroei bij de uitzendbureaus. De uitzendbranche is een conjunctuurgevoelige sector die in de coronacrisis behoorlijk hard werd getroffen en in de afgelopen jaren juist weer flinke groei liet zien. De personeelskrapte kan er echter voor zorgen dat bedrijven personeel liever rechtstreeks in dienst nemen, zonder tussenkomst van een uitzendbureau. Ook maakt de krapte het voor uitzendbureaus lastig om personeel te vinden om uit te plaatsen bij bedrijven. Alleen in de ICT blijft de groei aan werknemersbanen op niveau. De sector kent al lange tijd een forse groei, vooral door de digitalisering.
Krimp in industrie en financiële dienstverlening
Niet in alle sectoren groeit de werkgelegenheid. In de industrie neemt het aantal banen van werknemers al in 2023 af en in 2024 volgt ook in sectoren als financiële diensten, bouw en vervoer & opslag een afname van werknemersbanen. In de financiële dienstverlening maakt automatisering veel handmatige werkzaamheden overbodig. Dit zorgt voor concentratie van werkzaamheden op de hoofdkantoren in de grote steden.
De bouw lijkt na jarenlange stijging van productie en werkgelegenheid te stagneren. De nieuwbouw van woningen en andere gebouwen valt terug en de investeringen en het onderhoud van de infrastructuur staan onder druk. Als gevolg van de aanhoudende hoge prijzen voor grondstoffen en materialen en een stijgende rente neemt de vraag naar nieuwbouw af. Ook de stikstofproblematiek en personeelstekorten remmen de bouw.
De enige positieve ontwikkeling is de toename van de vraag naar verduurzaming van bestaande woningen. Ook de sector vervoer & opslag bevindt zich in een lastige situatie. Zo blijft in het openbaar vervoer de groei beperkt vanwege het structureel meer thuiswerken van mensen en remt het aanhoudende personeelstekort de productiegroei.
De regio’s met de grootste groei van het aantal werknemersbanen zijn Groot Amsterdam, Flevoland en Midden-Utrecht. De minste groei zit in Noord-, Midden- en Zuid-Limburg, Drenthe, Achterhoek en Zeeland. Regionale bevolkingsgroei of –krimp is een belangrijke verklaring voor het verschil in de regionale banenontwikkeling.
Minder vacatures, maar geen einde aan de krapte
Het aantal ontstane vacatures neemt in 2023 en 2024 landelijk af. Als gevolg van de afkoelende economie daalt het aantal ontstane vacatures de komende jaren tot net boven het niveau van 2019, het laatste jaar voor de coronapandemie. De geringe banengroei en de afname van het aantal vacatures betekenen niet dat de personeelstekorten verdwijnen. De krapte wordt weliswaar iets minder, maar blijft aanwezig in beroepsgroepen als techniek, industrie, bouw, zorg en ICT. Dit komt omdat personeelskrapte grotendeels structurele oorzaken heeft, zoals vergrijzing, ontgroening, deeltijdwerk en mismatch.