De gemeenteraadsfractie PRO stelt vragen over het handhaven van de taaleis bij bijstandsgerechtigden. Vorige week stelde het kabinet dat zij gemeenten wil verplichten de taaleis te handhaven voor mensen in de bijstandsuitkering.
De taaleis houdt in dat mensen, om een bijstandsuitkering te mogen ontvangen, minimaal taalniveau 1F of A2 moeten hebben. Als gemeenten niet op deze taaleis gaan handhaven dan kan dat, volgens minister Aartsen, financiële consequenties krijgen.
De fractie van PRO in de gemeente Groningen vindt deze uitspraken van het kabinet zorgelijk en wil graag inzicht krijgen in mogelijke effecten van deze maatregel op inwoners. Zij stelt daarom schriftelijke vragen aan het college.
Zo wil de fractie weten of het handhaven van de taaleis voor kwetsbare groepen bijstandsgerechtigde inwoners kan leiden tot financiële of maatschappelijke problemen. De taaleis wordt gehanteerd omdat dit het, volgens het kabinet, makkelijker maakt om vanuit een bijstandsuitkering uit te stromen naar werk.
De fractie van PRO stelt echter vraagtekens bij deze redenering. Raadslid Stephanie Bennett stelt: “Bij uitstroom naar werk is vaak een heel scala aan andere factoren van belang. Leerbaarheid, ervaring, arbeidsverleden, unieke talenten en kwaliteiten zijn minstens zo belangrijk, zo niet belangrijker dan enkel taalvaardigheid”. Zij wil van het college weten of zij deze mening deelt.
Ook vraagt zij of het college van plan is om richting het kabinet een standpunt in te nemen over het voornemen om te handhaven op de taaleis.
(Bron: ingezonden bericht)