Vlinderjaar 2020 was geen goed jaar

Het prachtpurperuiltje
Foto: CC BY-SA 2.0/Wikipedia Commons/ by Ilia Ustyantsev

Het vlinderjaar was in 2020 geen goed jaar. Dat meldt Nature Today. Wel zijn er enkele lichtpuntjes.

Door de aanhoudende droogte verleden jaar Voor een aantal soorten dagvlinders leidde de aanhoudende droogte tot een achteruitgang. Maar er waren ook vlinders die profiteerde van de droogte. Over het geheel genomen was 2020 volgens Nature Today geen goed vlinderjaar.

In de vlindertoptijd werden in juli en augustus ‘dramatisch’ een kwart minder minder vlinders geteld. In april en september werden meer vlinders geteld dan normaal, bijvoorbeeld in april en september.

De vlinders van de heide hadden het opnieuw heel moeilijk. Vanaf 2018, toen het ook al erg droog en heet was, deden soorten als kommavlinder en heivlinder het erg slecht. De kleine vos had ook opnieuw een slecht jaar, vooral in het oosten en zuiden.

Positief nieuws was er voor de vlinders als bruin blauwtje en kleine parelmoervlinder. Deze vlinders houden wel van droogte en warmte en deze soorten hebben goed gevlogen. De kleine parelmoervlinder deed het vooral erg goed in het binnenland.

De grote vos lijkt helemaal terug van weggeweest en is overal in Nederland gezien en lijkt zich echt weer te vestigen. Ook de iepenpage is aan een opmars bezig.

Nachtvlinder

Ook werd het afgelopen jaar vijf nieuwe soorten nachtvlinders en flink wat zeldzaamheden waargenomen. Het totaal aantal soorten kwam uit op 858 soorten. De top drie van soorten die het meest werden doorgegeven zijn de huismoeder, de gamma-uil en de kolibrievlinder.

De vijf nieuwe soorten nachtvlinders zijn de berkenwespvlinder (Synanthedon scoliaeformis), sneeuwbalwespvlinder (Synanthedon andrenaeformis) en in het najaar werden de drie nieuwe nachtvlinders het klein geel weeskind (Catocala nymphagoga), het zuidelijk eikenuiltje (Dryobota labecula) en de sierlijke haarbos (Ochropleura leucogaster) waargenomen.

Ook werden redelijk veel zeldzame soorten waargenomen. In het voorjaar werden op meerdere plekken in Nederland rupsen van de najaarsboomspanner (Alsophila aceraria) gevonden. In het vroege voorjaar werd een rouwrandspanner (Lycia zonaria) waargenomen. Van deze soort zijn er deze eeuw maar een handjevol waarnemingen.

Ook een wilgenspanner (Macaria artesiaria), de zwartvlekspikkelspanner (Menophra abruptaria) en de wolfsmelkpijlstaart zijn gezien. Het prachtpurperuiltje (Eublemma purpurina) rukt op naar het noorden. De weeskinderen deden het in 2020 ook goed, zoals het blauw weeskind (Catocala fraxini), het geel weeskind en wit weeskinderen (Catephia alchymista).

Reacties

X

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief
Aanmelden