
De koolmees is tijdens de 23e editie van de Nationale Tuinvogeltelling voor het eerst in de geschiedenis het vaakst geteld in de gemeente Groningen. Dat blijkt uit de resultaten van de Vogelbescherming. Eerdere jaren stond de huismus bovenaan de ranglijst.
Inwoners van Groningen hielden een half uur lang bij welke vogels hun tuin of balkon bezochten. De koolmees werd 2.997 keer geteld, gevolgd door de huismus met 2.578 keer gezien. De merel staat op de derde paats met 2.158 waarnemingen. De pimpelmees en de spreeuw eindigden respectievelijk op de vierde en vijfde plaats.
Ook in de provincie Groningen eindigde de koolmees dit keer op de eerste plaats met 15.390 tellingen. De huismus staat op de tweede plaats met 15.115 tellingen, gevolgd door de merel met 9.974 tellingen.
Landelijk staat de koolmees ook op de eerste plaats met 273.142 tellingen. De huismus en de pimpelmees eindigden landelijk als tweede en derde. “Meer dan 135.000 mensen hebben bijna 1,9 miljoen tuinvogels geteld”, laat de Vogelbescherming weten. “Dit jaar is de huismus voor het eerst in 23 jaar niet op de eerste plaats geëindigd.”
Hoewel de winst van de koolmees deels te danken is aan een goed broedseizoen, zijn er grote zorgen om de huismus. De huismus werd acht procent minder gezien in tuinen ten opzichte van vorig jaar. De afname van de huismus begon al in de jaren tachtig, voornamelijk door verstening van tuinen en openbaar groen. Dit leidde tot een landelijke achteruitgang in de populatie huismussen van meer dan vijftig procent.





