De gemeente laat van april tot en met september onderzoek doen naar dieren die in gebouwen wonen. Het gaat om huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen.
Huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen zijn beschermd. Dat betekent dat hun nest- en verblijfplaatsen niet zomaar mogen verdwijnen. Toch moeten huizen soms worden geïsoleerd, gerenoveerd of gesloopt. Dat kan alleen als bekend is waar deze dieren leven.
In deze periode kun je vooral ’s avonds en ’s nachts, maar ook in de ochtend, een onderzoeker in een gekleurd hesje door de buurt zien lopen of fietsen. Deze persoon heeft materiaal bij zich, zoals een verrekijker of apparatuur om vleermuizen op te sporen. De onderzoeker kijkt vanaf de openbare weg naar daken en gevels om te ontdekken waar vogels nestelen en vleermuizen verblijven.
De gemeente vraagt aan haar inwoners om de onderzoekers niet aan te spreken. Zij moeten heel precies werken en hebben maar kort de tijd om metingen te doen. Als ze worden onderbroken, kunnen ze belangrijke gegevens missen.
De gemeente heeft een plan gemaakt. Daarin staat hoe ze rekening houdt met beschermde dieren als er aan gebouwen wordt gewerkt. Met de resultaten van het onderzoek kan de gemeente ervoor zorgen dat werkzaamheden aan gebouwen veilig en snel kunnen doorgaan en de dieren krijgen voldoende veilige plekken om te leven.